Mijn juni-nummer van Yachting Monthly is nog niet half uitgelezen, maar ik ben toch al een paar dingen tegengekomen die ik hier graag wil vermelden. Allereerst een verontrustend bericht over afsluiters. Het schijnt dat er, om kosten te sparen, in nieuwe schepen soms messing kogelkranen worden gemonteerd in plaats van bronzen. Messing kogelkranen zijn alleen geschikt voor gebruik in zoet water, in zout water kunnen ze al na vijf jaar zo corroderen dat de veiligheid van de boot in gevaar komt. Advies: vraag bij aankoop van een boot (nieuw of gebruikt) een schriftelijke verklaring dat de kogelkranen van een geschikt materiaal zijn – DZR messing mag wel - en controleer de afsluiters geregeld.
Na een aantal jaren zonder YM heb ik een paar maanden geleden een nieuw abonnement genomen, en het valt me op hoe weinig YM in de loop van de jaren veranderd is. Mijn favoriete rubrieken zijn nog altijd “A Question of Seamanship” en “Learning Curve”, waar aan de hand van respectievelijk fictieve en echte problemen belangrijke lessen te leren zijn.
Maar nu hebben ze toch echt iets nieuws uitgebroed: de redactie heeft de beschikking gekregen over een 40-voeter, een Jeanneau Sun Fizz kits uit 1982, waarmee ze expres echte rampen gaan beleven. De boot moet zijn mast verliezen, omslaan, aan de grond lopen, in brand vliegen enzovoort. Het idee is dat zelfs de meest realistische oefening de werkelijkheid nooit kan benaderen. Ik zal de verslagen belangstellend en huiverend lezen, al vind ik het diep in mijn hart toch een beetje zielig voor die boot.
Of het zo akelig wordt als de werkelijkheid van de vastgelopen trimaran weet ik niet. Als je op het IJsselmeer een laatste proefvaart maakt voor de vakantie en dan zo ongelukkig aan de grond loopt dat een groot stuk van één van de rompen afbreekt dan ben je natuurlijk echt zielig. De KNRM heeft er spectaculaire beelden van op de website gezet. De eigenaar is dankbaar voor de hulp van de redders: “het had veel erger kunnen zijn”.
De aanhoudende droogte levert weer een nieuw probleem op: verzilting. Om die reden is de bediening van de Goereese Sluis aangepast, zodat de hoeveelheid zout water, die tijdens het schutten in het Haringvliet terecht komt, zo klein mogelijk wordt gehouden. Er wordt alleen geschut bij eb, behoudens noodgevallen, en er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de halve sluiskolk.
Nog iets over droogte: eigenaren van houten boten moeten erop verdacht zijn dat het vrijboord kan opentrekken, zodat er bij hevige regenval of de eerste keer schuin gaan zelfs gevaar voor zinken is. Ik heb dit zelf (tientallen jaren geleden) een keer meegemaakt, dus ik geef deze tip uit YM graag door.